Canine Herpes infectie (CHV-1)
Bij honden is vooral het virus Canine Herpes infectie type 1
bekend. Een virus dat grote sterfte onder pups kan veroorzaken,
vooral in de leeftijd van 1 tot 3 weken. Het virus wordt in
de baarmoeder, via de placenta, overgebracht op de pups. Aan
het einde van de zwangerschap, als de teef haar lichaamstemperatuur
daalt wordt de kans op infectie van de pups groter. De grootste
kans op infectie is op het moment dat de pups geboren worden.
Zij worden dan besmet via het slijmvlies in de vagina van de
teef. Kort na de geboorte kan een pup ook besmet raken, door
het likken van de teef of door inademing van het virus. Vervolgens
kan het virus zich dan makkelijk verspreiden naar de andere
pups. Wanneer de pups met het virus besmet zijn en na
drie weken nog leven, zullen zij last hebben van niesbuien.
Ook is het mogelijk dat zij blijvend schade hebben opgelopen
aan het zenuwstelsel, de nieren en het lymfestelsel. Pups ouder
dan 5 weken en volwassen honden ondervinden geen problemen van
een herpesinfectie. Dit virus wordt van de ene hond op de andere
overgedragen via de lucht (door inademing), via de mond en na
contact met vaginale uitscheiding en door seksuele gemeenschap.
Symptomen volwassen Teckels: Bij een besmetting van het
herpesvirus zien we vaak kleine blaasjes of zweertjes op de
slijmvliezen van keel, neus of geslachtsorganen. Deze verdwijnen
weer vrij snel meestal na een week. Het herpesvirus is dan niet
verdwenen, maar trekt het zich terug in bepaalde zenuwknopen,
onder ander naast het ruggenmerg. De meeste volwassen honden
hebben te maken gehad met het herpesvirus en zijn daarna blijvend
besmet, echter zonder dat ze ziek worden.
Symptomen pups: De pups worden sloom, ze willen niet
meer drinken en piepen heel erg. Hun ontlasting wordt geel-groen
van kleur. De lever zwelt op waardoor vloeistof zich ophoopt
in borstholte, buikholte en onderhuids. Door vloeistofophoping
in de longen krijgen de pups het benauwd en vertoont het symptomen
waardoor er eerder aan een longontsteking wordt gedacht. Andere
verschijnselen kunnen zijn: onderhuidse bloedingen of bloedingen
van de slijmvliezen.
Behandeling en preventie pups: Opvoeren van de lichaamstemperatuur
middels warmtelampen of andere bijverwarming. Daarnaast moeten
de pups met een sonde worden bijgevoerd en indien mogelijk antibiotica
toegediend krijgen. Voor pups ouder dan 2 tot 3 weken is de
overlevingskans groter dan bij jongere pups.
Preventie: Houd de drachtige teef vanaf drie weken voor
de geboorte tot 3 weken na de geboorte in quarantaine. Laat
haar niet in contact komen met andere honden, noch met de urine
of ontlasting van andere honden.
Wanneer de pups geboren zijn, zorg er dan voor dat zij, dag
en nacht, in een temperatuur van 21 à 23 graden verblijven,
zeker tot drie weken na de geboorte.
Castratie (reu)
Bij de castratie van de reu worden onder gehele narcose de testikels
en de bijballen verwijderd, deze ingreep kan vanaf de leeftijd
van 10 maanden.
Castreer uw reu alleen als andere mogelijkheden geen oplossing
bieden.
Bij "vervelend" gedrag zoals agressie tegen andere honden of
overmatig rijden, zijn tegenwoordig hormonale oplossingen; informeer
bij uw dierenarts.
Voordelen castratie: geen overmatige agressie tegen andere
reuen, geen rijgedrag en geen terugkerende voorhuid- en/of prostaatontstekingen.
Nadelen: er bestaat kans op overgewicht en andere haarstructuur
van de vacht. Ook kunnen er gedragsveranderingen plaatsvinden.
 |
Hoe gaat het in zijn werk?
Uw reu wordt 's morgens nuchter (vanaf de dag tevoren na
22.00 uur geen voeding meer geven, wel water) naar uw dierenarts
gebracht, waar uw reu voor de narcose al een rustgevend
prikje krijgt, hier mag u meestal bij zijn.
Daarna wordt de reu naar een andere ruimte gebracht alwaar
de plaats van de incisie wordt geschoren en grondig wordt
gereinigd met ontsmettingmiddel.
Hierna komt de reu in de O.K. waar de dierenarts de ingreep
verricht. Dit gebeurt door middel van 2 kleine incisies
waardoor testikels en de bijballen verwijderd worden. De
incisies worden gehecht en de ingreep is klaar. |
Na de ingreep verblijft de reu in de verkoeverruimte
waar hij langzaam wakker wordt en in de gaten wordt gehouden
door de dierenarts en assistente(-s). Meestal kunt u uw
reu in de loop van de dag weer ophalen.
Let erop dat uw reu niet aan de wond gaat likken, deze kan
de hechtingen eruit trekken met alle gevolgen van dien.
Indien de reu niet van de wond af kan blijven dan kunt u
een baby-rompertje of een "kraag" (plastic kap, verkrijgbaar
bij uw dierenarts) aan doen. |

|
Tip! Een babyromper aan doen na een castratie
van een reu of teef ter voorkoming van likken of aan de
wond bijten.
|
 |
Eenmaal thuis kan de reu nog suffig zijn van de narcose.
Het kan ook wel eens gebeuren dat hij zijn behoeft binnen
doet. De volgende dag is de reu meestal weer helemaal fit.
De reu mag gewoon water drinken en u kunt in de loop van
de dag iets te eten geven. |
Na 10 dagen komt u ter controle terug bij uw dierenarts en deze
zal dan de hechtingen verwijderen.
Castratie (sterilisatie teef)
Steriliseren is niet de juiste benaming voor de teef, immers
de teef wordt niet alleen onvruchtbaar gemaakt, maar de eierstokken
worden in zijn geheel verwijderd en vaak een gedeelte van de
baarmoeder. Dus spreken we hier ook van castreren.
De castratie dient te gebeuren tussen 2 loopsheden in, dan is
de baarmoeder het minst doorbloed.
Castreer uw teef alleen als het niet anders kan.
Voordelen: steriliseren verkleind de kans op mamatumoren
rond de tepels en baarmoederkanker en komen baarmoederontstekingen
op latere leeftijd zelden voor én niet te vergeten geen loopsheid
meer. Echter voor een goed resultaat zou de teef voor de eerste
loopsheid geholpen moeten worden, liefst nog jonger.
Nadelen: er bestaat een kans op overgewicht en kan de
vachtstructuur veranderen. Ook kan een gesteriliseerde teef
op oudere leeftijd urineverlies gaan vertonen door het verslappen
van de blaassluitspier. Wel zijn er goede medicijnen tegen dit
urineverlies.
Hoe gaat het in zijn werk?
Uw teef wordt 's morgens nuchter (vanaf de dag tevoren na
22.00 uur geen voeding meer geven, wel water) naar uw dierenarts
gebracht, waar uw teef voor de narcose al een rustgevend prikje
krijgt, hier mag u meestal bij zijn.
Daarna wordt de teef naar een andere ruimte gebracht alwaar
de plaats van de incisie wordt geschoren en grondig wordt gereinigd
met ontsmettingmiddel.
|

(castratie teef)
|
Hierna komt de teef in de O.K.
waar de dierenarts de ingreep verricht. Dit gebeurt door
middel van 1 incisie van 3 à 4 cm waardoor de eierstokken
en een gedeelte van de baarmoeder verwijderd worden. De
incisie worden gehecht en de ingreep is klaar. Deze ingreep
duurt langer dan bij de reu en de narcose duurt dus ook
langer. |
Na de ingreep verblijft de teef in de verkoeverruimte
waar zij langzaam wakker wordt en in de gaten wordt gehouden
door de dierenarts en assistente(-s). Meestal kunt u de teef
in de loop van de dag weer ophalen.
Let erop dat uw teef niet aan de wond gaat likken, deze kan
de hechtingen eruit trekken met alle gevolgen van dien. Indien
de teef niet van de wond af kan blijven dan kunt u een baby-rompertje
of een "kraag" (plastic kap, verkrijgbaar bij uw dierenarts)
aan doen.
Eenmaal thuis kan de teef nog suffig zijn van de narcose. De
volgende dag is de teef meestal weer een stuk actiever. De teef
mag gewoon water drinken en u kunt in de loop van de dag iets
te eten geven.
U zult zien dat de wond snel en mooi geneest en dat uw teef
snel weer op de been is.
Na 10 dagen komt u ter controle terug bij uw dierenarts en deze
zal dan de hechtingen verwijderen.
Cataract (grauwe staar / congenitaal)
Elke witkleuring troebel worden van de lensvezels en/of
kapsel van de ooglens wordt grauwe of grijze staar genoemd.
Er bestaan verschillende stadia en vormen en bij het optreden
van de eerste tekenen van Cataract. Als minder dan 10-15%
van het lensvolume troebel is, spreken we van een beginnend
Cataract.
|

|
Meestal treedt het op den duur aan beide ogen op. Bij de Teckel
komt de erfelijke vorm het meest voor. Het ontstaan en het verloop
van grauwe staar zijn (nog) niet met medicijnen te remmen of
te genezen. Wel is een operatieve behandeling mogelijk, waarbij
de ondoorzichtig geworden delen van de lens uit het oog worden
verwijderd.
- Beginnend Cataract of incepient: Optreden van de
eerste tekenen van Cataract, als minder dan 10-15% van het
lensvolume troebel is.
- Immatuur Cataract: Verdere stadia van beginnende
Cataract, er zijn gebieden in de lens die helder zijn en waardoor
we het netvlies nog kunnen inspecteren. Deze vorm wordt dan
immatuur of onrijp genoemd.
- Matuur Cataract (rijp Cataract): Het netvlies niet
meer kan geïnspecteerd worden, de Teckel blind is aan het
oog.
- Hypermatuur Cataract: Matuur Cataract kan dan nog
verder evolueren naar hypermatuur of overrijp. Een deel van
de lens gaat vervloeien onder invloed van bepaalde enzymen
(resorptie Cataract). Na verloop van tijd is het mogelijk
dat een deel van het netvlies opnieuw zichtbaar wordt en dat
de Teckel een gedeelte van zijn gezichtsvermogen terug krijgt.
Deze kans tot resorptie Cataract kan voorkomen bij Teckels
die in hun eerste levensjaren Cataract hebben gekregen.
Ook bestaat er Diabetes Cataract, dit gaat gepaard met
veel plassen, veel drinken, en vraatzucht.
Cataract kan ontstaan door bijvoorbeeld: trauma, toxische producten,
suikerziekte en ontsteking. In een groot aantal van de gevallen
is het optreden van Cataract erfelijk bepaald.
Begin van Cataract vanaf de geboorte: congenitaal Cataract (in
de praktijk wordt het vaak pas vastgesteld rond de leeftijd
van 6-8 weken).
Begin van Cataract tussen het eerste en achtste levensjaar:
een juveniel vorm.
Begin van Cataract op latere leeftijd: seniel Cataract.
Chronische achterhandslapte
Chronische achterhandslapte komt regelmatig voor bij de oudere
hond. Zeer geleidelijk treden deze verschijnselen: wegzakken,
vertraagde stelreflexen, overkoot. Daarbij kunnen klachten optreden
zoals pijn in de rug, heupen en knieën, door de achterhand zakken,
soms onwillekeurig urineverlies, chronische blaasontsteking
door onvoldoende lediging van de blaas. Oorzaken van de achterhandslapte
kunnen o.a. Spondylose en ruggenmergdegeneratie zijn. Spondylose
is beter te behandelen dan ruggenmergdegeneratie.
Corona
Corona wordt veroorzaakt door een virus dat zich in de ontlasting
van besmette honden bevindt. De verschijnselen zijn koorts,
niet eten, overgeven en een oranjekleurige diarree soms met
bloed en slijm (ziet eruit als een brij van rauwe tomaat). De
kans op genezing ligt hoger dan bij Parvo, maar pups, afkomstig
van hondenhandelaren, kunnen aan deze ziekte overlijden.
Cysten
Verstopte klieren die zwellingen veroorzaken aan de voorpoten.
Dit is pijnlijk voor uw Teckel, laat ze verwijderen door uw
dierenarts, dit is een zeer eenvoudige ingreep.
|