|
|
|
LICHAAMSBOUW
|
|

|
- Neusspiegel (onbehaarde uiterste punt van de
neus)
- Neusrug (bovenkant van de neus)
- Stop (overgang van de neusrug naar het voorhoofd)
- Schedeldak
- Jachtknobbel (de kam op het achterhoofd voor
oppervlakteverhoging ten behoeve van de aanhechting van
de hapspier)
- Nek
- Schoft (deel van de rug tussen de schoudertoppen)
- Dip (inzinking achter de schoft)
- Rug
- Croupe (plaats waar het kruisbeen overgaat in
de staartwervels)
|
- Staartaanzet (plaats waar de rug overgaat in
de staart)
- Staart
- Sprong (hiel)
- Dijen
- Achterbeen
- Knie
- Lenden
- Buik
- Borst
- Ribbenkast
- Schouderpartij
- Elleboog
- Voorbeen
- Voorborst
- Borstbeen
- Hals
- Keel
- Behang (oren+beharing)
- Vang (wang of voorsnuit)
|
Bij de Teckel dient de schouderhoogte de helft van de
lichaamslengte te bedragen en de borstomvang het dubbele van
de schouderhoogte. De afstand tot de grond moet ongeveer 1/3
tot 1/4 t.o.v. de schofthoogte bedragen.
|
 |
Voorhand: gespierd, sterk, laag lang en breed
|
 |
Schouderblad: Lang, breed, zichtbaar gespierd
en schuin geplaatst
|
 |
Voorbeen boven: gespierd, gelijke lengte als
schouderblad in rechte haakse hoek
|
 |
Voorbeen onder: bodemafstand 1/3 van de schofthoogte,
aan de zijkant zichtbaar gespierd.
|
 |
Voeten: gesloten met stevige eeltkussen,
5 tenen waarvan 4 goed ontwikkeld (achtervoeten 4 tenen)
met sterke nagels
|
 |
Borst: sterk vooruitspringend borstbeen, die
op gelijke lijn dient te staan met het oog
|
 |
Romp: rug met lange hoge schoft met een recht
verloop van de borstwervels
|
 |
Bekken: redelijk krachtig ontwikkeld, matig schuin
gesteld
|
 |
Achterbeen boven: staat in een goede rechte hoek
met de beenderen van het bekken
|
 |
Achterbeen onder: kort en staat in een rechte
hoek met het dijbeen, goed gespierd
|
 |
Knieën: krachtig en breed
|
|
|
|
SKELET
|
|

|
|
1. Voorhand
Correcte stand van de voorhand van de Teckel.
|
|

|
|
2. Achterhand
Correcte stand van de achterhand van de Teckel.
|
|

|
|
3. Voorbeen
Zijaangezicht correcte stand voorbeen van de Teckel.
|
|

|
|
4. Achterbeen
Zijaangezicht correcte stand achterbeen van de Teckel.
|
|

|
|
5. Gebit
Correct scharende gebit van de Teckel.
|
|
|
SCHEMA VAN HET SKELET
|
|

|
- Onderkaak
- Aangezichtsschedel
- Oogkas
- Hersenschedel
- Jachtknobbel (Ociput)
- Achterhoofdsbeen met achterhoofdsknobbels
- Halswervels
- Borst - of rugwervels
- Lendenwervels
- Kruisbeen
- Staartwervels
- Bekken
- Dijbeen
- Penisbeentje (reu)
- Knieschijf
- Voetwortel met spronggewricht
|
- Middenvoetsbeentjes
- Teenkootjes
- Kuitbeen
- Scheenbeen
- Kraakbeen v.d. ribben, overgaand in het zwaardvormig
aanhangsel v.h. borstbeen (nr. 28)
- Ellepijp
- Spaakbeen
- Vinger of teenkootjes
- Middenhandsbeentjes
- Handwortel
- Opperarmbeen
- Borstbeen
- Schouderblad
|
|
|
|
|